1.3.2. De Grote Alliantie

Carl Fredrik en Johan August Meijerfeldt vechten in de jaren negentig in de Lage Landen. Dat is het gevolg van een Zweedse ommezwaai in de buitenlandse politiek, omdat Lodewijk XIV steun geeft aan het Deense streven invloed te winnen in de Oostzee. Zweden beschouwt die zee sinds de afwezigheid van de Nederlandse vloot min of meer als zijn binnenzee. Een andere aanleiding is de herroeping van het Edict van Nantes en de vervolging van de Hugenoten. Toetreden tot de Augsburgse alliantie van Spanje, de Duitse keizer, Saksen en enkele Duitse vorstendommen ter bescherming van de Palts is het alternatief. Na de Nederlandse invasie in Engeland door prins Willem III van Oranje  (Glorious Revolution) treden deze landen toe en wordt de naam Grote Alliantie. De Negenjarige Oorlog, ook wel genoemd de Eerste of Grote Coalitie Oorlog woedt tussen 1688 en 1697. 

Carl Fredrik gaat in 1690 naar het front in de Spaanse Nederlanden. Daar voegt hij zich bij de vooral Pommerse Zweden, onder de door prins Willem III van Oranje benoemde geallieerde opperbevelhebber, de prins van Waldeck. Na de nodige troepenbewegingen met de Franse veldmaarschalk, de hertog van Luxembourg, komt het bij het Waalse dorp Fleurus op 1 juli tot een zware veldslag. De geallieerden lijden een grote nederlaag en de Zweden worden krijgsgevangen gemaakt. Alleen een Zweeds bataljon onder majoor Magnus Stenbock weet te ontsnappen. (1)

Aan deze tocht van Carl Fredrik zitten vraagtekens. Op 20 mei 1690 staat hij in Riga als gedaagde voor Jakob Johan Hastfer, gouverneur-generaal van Lijfland en zijn latere schoonvader, vanwege een schuldvordering van Johan Preutz. Op 12 december 1690 staat hij daar weer, ditmaal als eiser vanwege het uitblijven van soldij voor zijn Frankrijkreis in 1682-1684. Als zijn deelname in Fleurus klopt, moet  hij in een maand een reis van 2000 kilometer hebben afgelegd en  in het bataljon van Stenbock zijn ontkomen en teruggereisd. (2)

Op 7 april 1692 worden in Riga weduwe Wulf en kapitein Meijerfeldt vermeld. Hieraan verbinden sommigen haar overlijden, maar dat staat er niet expliciet. De rang kapitein duidt op zoon Carl Fredrik. (3) 

Nadat de Nederlandse Republiek in 1693 een verdrag sluit tot teruggave van of schadevergoeding voor gekaapte Zweedse koopvaarders op Frankrijk raakt het koninkrijk Zweden actief bij de oorlog betrokken. Net als zijn oudere broer wil Johan August oorlogservaring opdoen. Omdat Zweden zich heeft verplicht 6.000 man aan de Nederlandse Republiek te leveren zwaait hij op 28 april 1693 af bij zijn regiment Von der Pahlen.

Zomer 1693 maakt Carl Fredrik deel uit van een delegatie van de gouverneur-generaal naar de stad Dorpat (Tartu). Hastfer overlijdt in 1695. Vermoedelijk pas daarna treedt Carl Fredrik, boven zijn stand, in het huwelijk met diens dochter Anna Christina. Zij is 19 jaar jonger.

Op 10 november 1693 treedt Johan August in dienst als kapitein in het regiment infanterie van kolonel Edvard Hastfer, zoon van Jacob Johan Hastfer en broer van Anna Christina. Dit regiment komt onder Nederlands commando. Van de krijgsverrichtingen is weinig bekend, mede omdat er sprake is van een positionele oorlogvoering: belegering en verdediging van steden en linies. Brussel verliest door een Frans bombardement een groot deel van zijn historische binnenstad. Koning Willem komt vanuit Engeland enkele maanden per jaar over voor deze strijd en weet Lodewijk XIV staande te houden en terug te dringen, mede fankzij de beroemde vestingbouwer Coehoorn.

 

1. H. Gillingstam, lemma in “Svenskt Biografiskt Lexikon”, Stockholm 1986, pag. 470-471
2. Supplik des Johan Preutz contra den Kapitän Meyerfeldt wegen einer Schuldforderung, Nationaal Archief Esland, EAA.278.1.XVII-27b, Pag. 182/r, Nr. 119. Supplik des Offiziers Carl Meyerfelt in Sachen seines wegen einer Reise noch ausstehenden Lohnesresp,  Nationaal Archief Esland, EAA.278.1.XVII-27b, pag. 31-32r, nr. 18.
3. M. Kohlhaas, “Nachkommen von Hermann Marquard”, Norddeutsche Genealogien, pag. 3.