1.3.7. Bruiloft in Günthersdorff

Middageten tijdens vredesbesprekingen in Slot Altranstädt

Omdat de Zweedse hoofdmacht in Saksen ligt en niet in een grote veldtocht verwikkeld is, reizen de familieleden vanuit Zweden naar hun officieren toe. Het militaire hoofdkwartier ligt in Altranstädt en het diplomatieke hoofdkwartier in Günthersdorff, allebei even buiten Leipzig. De echtgenotes nemen hun zusters mee die op zoek zijn naar een goede partij. Zo is de vrouw van Carl Piper, Christina Törnflycht, op zoek naar een geschikte echtgenoot voor haar jongste 22-jarige zus Anna Maria. Hun ouders zijn Olof Hansson Törne, de handelsburge-meester van Stockholm, en Margaretha Andersen. Törne was door zijn succesvolle metaal- en wapenhandel zo in aanzien gestegen in het door oorlogen berooide Zweden, dat hij geadeld was met de naam Törnflycht en zijn dochters voor de adel zeer gewilde huwelijkskandidaten werden. Een andere zuster Ingrid (Inga) was in Polen al met graaf Arvid Bernhard Horn getrouwd. (1)

Vanaf haar komst staat de keuze van Anna Maria Törnflycht nog niet vast. Johan August Meijerfeldt is gelet op zijn 43-jarige leeftijd en het huwelijk van zijn oudere broer Carl Fredrik inmiddels wel toe aan een huwelijk in een voorname Zweedse familie. Hij behoort tot de topfavorieten van de Törnflychts, maar heeft concurrentie van Otto Wrangel, Axel Gyllenkrook en Carl Gustav Hård. De laatste kent ze al uit Stockholm. De geruchten en speculaties doen enkele maanden lang de ronde, waarbij de ene dag Johan August aan de winnende hand is, terwijl hij enkele weken later door een kleine fout krediet bij de jonkvrouw zou hebben verloren. Uiteindelijk vinden haar zus en zwager het welletjes en dringen er bij Anna Maria op aan een besluit te nemen. Haar keuze valt “ondanks alles” op Johan August, omdat hij tot de nauwe kring rondom te koning behoort. Als dit haar criterium is leert de geschiedenis dat zij een juiste keuze doet. Alleen leeft zij zelf niet lang genoeg om er van te kunnen genieten. (2)

Als datum voor de bruiloft wordt gekozen 30 mei 1707 (8 juni volgens de oude datering) in Günthersdorff. Daar is het onderkomen van Carl Piper, dat dienstdoet als hof van de koning. Piper is de Minister van Buitenlandse Zaken en ontvangt buitenlandse gasten. Karel XII slaapt en eet als een soldaat. Het wordt één van de grootste feesten die de Zweden buiten hun grenzen aanrichten, mede omdat de echtgenotes van de staf al uit het moederland waren overgekomen. Christina Piper-Törnflycht is uiteraard de gastvrouw en baart met haar zus al winkelend in Leipzig groot opzien. Een jonge Uppsala-student, Anders Alstrin, schrijft naar huis dat het volk van alle kanten op de wagen toeloopt, alsof een vorst zijn intocht houdt. Zodra de “geliefde van de generaal-majoor” in de winkel van een koopman blijft verzamelt zich daarvoor zoveel volk, dat de vrees bestaat dat zij de winkel bestormen.

De koninklijke gasten zijn talrijk. Naast koning Karel XII zijn dat de Poolse koning Stanislaus, prins Max en de prinsen Sobieski. Over de deelname van één persoon ontstaat een probleem: Maria Aurora, oudste dochter van de Zweedse maarschalk graaf Kurt Christoph Königsmarck en gravin Maria Christina Wrangel, halfzus van Carl Gustav Wrangel. Deze mooie en  door Voltaire bewonderde vrouw werd de officiële maîtresse van koning Augustus toen zij in Dresden op zoek was naar haar vermiste broer Philip Christoph. Na de geboorte van hun hierna terugkomende kind Maurits van Saksen behoorde ze niet meer tot de favorieten van de koning, werd in 1700 overste in de abdei van Quiedlinburg en bleef actief in het hofleven. In Leipzig vraagt Aurora aan ceremoniemeester graaf Piper om te worden uitgenodigd. Piper is daar niet geweldig blij mee en bedenkt een uitvlucht. (3) 

“Meijerfeldt betaalt de bruiloft voor eigen rekening en ik weet niet of hij een kleine bruiloft met familie en huisvrienden viert of groot gaat uitpakken, maar ik zal er snel over berichten.”

Eenmaal terug in Altranstädt ontstaat een conversatie tussen Piper en Karel die menig geschiedenisboek gehaald heeft:

Karel: “Waarom ging haar wens niet gelijk in vervulling?”
Piper: “Ik had de bedoeling uw genade te krijgen, zodat uwe majesteit het bruidsvolk en mijn geringe huis met uw hoge aanwezigheid zou vereren, weshalve zij niet zonder de toestemming van uwe majesteit kon worden uitgenodigd.”
Karel: “Doe het voor mijn part maar, ik beloof u toch te komen.”
Piper: “Dank voor dit prettige antwoord.
 Volgende vraag. Ik weet niet precies welke plaats ik haar moet geven tussen de andere Zweedse dames. Mijn vrouw zou als gastvrouw haar plaats kunnen inleveren, maar moeilijker wordt het ten opzichte van de vrouwen van graaf Rehnskiöld, generaal Mardefeld, kolonel Hamilton, hofmaarschalk Düben en gezant Friesendorff.”
Karel: “Zij kan geen aanspraak op voorrang op hen maken, omdat zij een hoer is en zodoende geen rang heeft.”
Piper: “Maar zij stamt toch van de twee beroemde families Königsmarck en Wrangel af en toen het op een afweging aankwam, gebeurde dat met een gekroond hoofd.”
Karel: “Een gekroond hoofd en een eenvoudig mens zijn in dit geval gelijk. Zij is en blijft een hoer en heeft geen rang meer.”
Piper: “Als zij als een rangloze persoon behandeld moet worden, kan zij ook niet worden uitgenodigd.”
Karel: “Ja, dan mag zij wegblijven.”

Volgens de meeste bronnen slaat de hertogin de uitnodiging af, maar is volgens sommige bronnen toch aanwezig op de bruiloft. Karel XII is een dermate opgewekte stemming, dat hij haar zelfs te woord zou hebben gestaan, overigens zonder dat zij slaagt in haar poging hem te verleiden. (3)

De belangrijkste ruimte voor de bruiloft is een prachtig ingerichte kamer, die op de tuin en een dijk uitkomt. Na een licht diner loopt baron Meijerfeldt in gezelschap van Karel XII en alle vorsten, hoge officieren en ministers van het militaire hoofdkwartier om 20:00 uur naar deze kamer, waar de vrouwen zich inmiddels ook bevinden. Binnen en in de tuin zet de muziekkapel met onder andere 12 trompetters en paukenisten de eerste noten in. Vervolgens sluit de koninklijke opperhofpredikant, -biechtvader en -superintendent Peter Malmberg het huwelijk. Om 21:00 uur is de ceremonie klaar en vertrekt de eerste ploeg van de 24 hoogste personen naar de aangrenzende dinertafel. Na een uur volgen nog eens twee ploegen van 24 personen. Degenen die niet aan tafel zitten dansen op de muziek en drinken van de neergezette tafel in de hoofdkamer.  

De koning baart niet alleen groot opzien door zijn aanwezigheid bij de bruiloft, maar vooral door mee te dansen. Zoiets heeft hij sinds zijn kinderjaren niet meer gedaan. Zijn eerste en langste dans is natuurlijk voor de bruid en daarna zijn de vrouwen van Piper en Rehnskiöld aan de beurt. Telkens is het een Poolse dans. De aanwezige ooggetuigen noteren, dat zij de koning nimmer zo vrolijk hebben gezien en ook niet meer zullen zien. (4)

Als iedereen rond middernacht is uitgegeten danst koning Karel XII alleen met de bruidegom. Vier hoge personen lopen binnen, ieder met een brandende waskaars om de windrichtingen voor te stellen. Nadat de dans tussen hun ruitvormige opstelling plaatsvindt geven zij hun kaarsen af, tillen Johan August een beetje omhoog en laten hem een ereglas met wijn leegdrinken en op de grond vallen.  Dezelfde ceremonie vindt vervolgens met de bruid plaats, afgesloten met een kus. Het moment is dan gekomen voor de Franse dansen. Dat gaat door totdat de koning om 3:00 uur een slotdans met de bruid maakt en met zijn grote gevolg de bruiloft verlaat. De rest van de feestgangers loopt naar Klein Libenau, waar opnieuw op muziek gedanst wordt, totdat het feest om 6:00 uur in de ochtend helemaal ten einde is. (5)

 

 

  1. R.M. Hutton, “Charles XII of Sweden”, London 1968, pag. 38 noot *. Nordmann, “Grandeur et liberte de la Suede 1660-1792”, Leuven 1971, pag. 85.
  2. S. Norrhem, “Christina och Carl Piper, en Biografi”, Lund 2010.
  3. Fryxell 1856, pag. 331-332. Bengtsson, pag. 232-233. “Maandelyksche Berichten Uit de andere Waerelt; Of de spreekende dooden. (…) 104e Zamenkomst, Tusschen Marquard Lodewyk van Prints, Opper-Maarschalk en Minister van Staat en Lambert Distelmeyer, Kantzelier van Brandenburg ”, Amsterdam februari 1730, pag. 180.
  4. Hummerhielm, “Dagbok”, KKD X, Lund 1914, pag. 7-8. Nordberg II, pag. 158. Le Long VI, pag. 413. Waerelt, pag. 23-24: “ter eeren van welke ik een reis of twee mede in’t rond gesprongen hebbe.”
  5. J.J. Vogel, Leipziches Geschicht-Buch oder Annales, 1714, pag. 1000-1002.