1.10.2. Adelsboeken

De Meijerfeldts komen voor het eerst voor in een Matrikelboek van het Zweedse Ridderhuis uit 1731. Onder Nr. 864 staat bij de geadelde Meyerfeldt de voornaam Hindr. De eerste Zweedse wapenboeken uit 1734 en 1746, met  zwart-wit afbeeldingen van het wapen van Meijerfeldt, noemen ook Hendrich. (1)

In het oudste Duitse wapenboek uit 1747 wordt een lemma aan de naam gewijd: (2)

Meyerfeld, Mayerfeld. Von dieser hochansehnlichen adelichen und izo gräf­li­chen Familie in Westphalen, Liefland u. Schweden findet man, dass sie sich ehe­mals Lin­gen von Meyer­feld genen­net. Ob Lingen der Stamm-Nahme sey, und sie etwa vor alters von dem adelichen Patri­cien-Ge­schlecht zu Lübeck von Lingen, allwo es noch flo­riert, abge­stam­met sey, kön­nen wir nicht bejahen (…). Der erste den wir anführen können, ist Dietrich Hermann von Meyerfeld, Chur-Cöllnischer geheimder Rath und An. 1646 gevollmächtigter Gesandter auf dem Friedens-Congress zu Münster. (…).

De auteur vermeldt onder zijn tekst “Memoi­res”, waarmee hij lijkt te bedoelen dat hij niet uit originele bronnen of eerdere wapenboeken put, maar rechtstreeks uit zijn geheugen. Hij twijfelt zelf al, maar een familienaam Lingen von Meyerfeld vóór 1646 is lastig te verenigen met de naam Meijer tussen 1480 en 1674. De familie zou de naam komend vanuit Lübeck in de Baltische gebieden moeten hebben verkort tot Meijer. Het zou de oorspronkelijk adel overigens wel verklaren.

In 1750 en 1753 komen in Leipzig twee uitvoerige  levensbeschrijvingen uit van Johan August Meijerfeldt sr (1664-1749). (3) In beide staat: “war ein gebohrner Liefländischer Edelmann”, dus niet pas door de latere adelstand van zijn vader. In de eerste beschrijving staat verder: “Sein Geschlechte gehört unter die   ältesten des Landes”. In de tweede beschrijving – misschien na lezing van Gauhe – staat: Sein Geschlechte stammt aus Deutschland her, und hat sonderlich in Westphalen und Nieder-Sachsen geblühet, ist aber darinnen fast gänzlich erloschen, nachdem es in Schweden naturalisiret worden.”

In 1754 verschijnt een nieuw Matrikelboek van het Zweedse Ridderhuis. Opnieuw staat er de voornaam Henric, maar voor het eerst de echtgenote: Catharina Mårtens Dotter Wulf, uit het geslacht van muntmeesters in Riga. De ouders van Henric zijn bij hem onbekend. Tenslotte schrijft hij “war barnfödd i Lifland” (geboren in Lijfland).  (4)

Zweedse en Duitse adelsboeken herhalen bovenstaande informatie, totdat een Pruissische adelslexicon er achter komt dat het wapen van Diet­rich Hermann von Meyer­feld een geheel andere is dan dat van het Zweed­se geslacht. (5) De familienaam van Dietrich Her­mann blijkt na enig onderzoek ook nog eens op een schrijffout te berusten. Het moet Von Meerfeld zijn. (6) Lingen en Lübeck zijn met hem verbonden, dus is verder onderzoek hier niet meer nodig. Dat de Meijers ooit vanuit Westfalen naar Lijfland zijn gekomen is overigens niet uit te sluiten.

 

1. J.H. Werner, “Matrikel öfwer Swerikes Ridderskap och Adel”, Stockholm 1731, pag. 70: Ridders- och Adelsmän, Meyerfeldt, Hindr., Nov. 1674 intr. 1675. E. Kiellberg, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapnebok”, Stockholm 1734. D.G. Cedercrona, “Sweriges Ridderskaps och Adels Wapen-Bok”, Stockholm 1746. voorblad, Wapenplaten pag. 10 en 94, Register pag. 2 en 18.
2. J.F. Gauhe, “Des Heil. Röm. Reichs Genea­logisch-Histo­rischen Adels-Lexici” Leipzig 1747, deel 2, pag. 727-728.
3. M. Ranft, “Leben und Thaten des jüngst verstorben Schwedischen Grafens von Meyerfeld”, in “Neue Genealogisch-Historischen Nachrichten von den vornehmsten Begebenheiten welche sich an den Europäischen Höfen zugetragen, worinn zogleich vieler Stands-Personen Lebens-Beschreibungen”, deel 2, hoofdstuk 1, Leipzig 1750, pag. 91 t/m 129. M. Ranft, “Leben und Thaten des Feld-Marschalls Graf Meyerfeld”, in “Die Merkwürdige Lebengeschich derer vier berümten Schwedischen Feldmarschalle, Grafen Rehnschild, Steenbock, Meyerfeld und Dücker”, deel 3, Leipzig 1753, pag. 279 e.v.
4. A.A. von Stiernman, “Matrikel öfver Swea Rikes Ridderskaps och Adel”, Stockholm 1754-1755, deel 1, pag. 44-45 en 648, deel 2, pag. 1125, 1329, 1380, 1419 en 1420. Exemplaar in Familiearchief.
5. L. von Ledebur, “Adelslexicon der Preussischen Monar­chie”, Berlijn 1855, deel 2, pag. 103, gecorrigeerd in deel 3, Nachtrag, pag. 310.
6. J.G. von Meiern, “Acta Pacis Westphalicae Publica oder Westphälische Friedens-Verhandlungen und Geschichte”, Hannover 1734, pag. 55.