1.3.5. Oversteek van de Duna

imageDe oversteek van de Duna op 9 juli 1701

Eenmaal in de buurt van Riga krijgt Johan August Meijerfeldt zijn eerste opdracht van koning Karel XII persoonlijk. Blijkbaar hebben zij elkaar ontmoet tijdens de veldtocht door Lijfland en klikt het zodanig goed dat Johan August in korte tijd tot het kleine groepje van de hoogste favorieten van de jonge koning behoort.

De opdracht van Johan August luidt op verkenning te gaan naar Kokenhusen (Koknese, Kockenhaus). Nadat hij op weg gaat neemt hij op 9 juni 1701 in een hofplaats een Saksische voorpost van 22 of 25 man gevangen. (1) De verkenning blijkt tevens een succesvolle afleidingsmanoeuvre, want de Saksische bevelhebber Steinau trekt met de hoofdmacht overhaast naar Kokenhusen, terwijl Johan August zich met zijn gevangenen de volgende dag bij de Neumühlerpas bij de koning meldt. (2)

Het Saksisch-Poolse leger heeft zich langs de grensrivier de Duna (Westelijke Dvina, Daugava) verspreid, teneinde een oversteek van de Zweedse troepen naar Semgallen (Zemgale) te verhinderen. In opdracht van geneaal Mörner slaagt Johan August Meijerfeldt in een gedurfde oversteek met zijn groep en weet de vesting Bautsche (Bauska) met succes op te eisen. Dit wapenfeit brengt hem de eerste persoonlijke roem. (3)

Enkele dagen later besluit de Zweedse koning tot de grote over­steek van de rivier. Carl Fredrik Meijerfeldt moet als versterking van het garnizoen van Riga achterblijven. Doordat het leger de Duna zwemmend oversteekt, vlucht het Saksisch-Poolse leger zonder ook maar stelling te nemen in paniek zuidwaarts.

De koning komt met het hele leger naar Bautsche, maar stuurt Johan August al weer op 24 juli met zijn 200 ruiters naar het oostelijk gelegen Birsen (Biržai), waar de Saksen geschut en pontons hebben achtergelaten. De Poolse gouverneur Gualkowski en de slotscommandant eisen deze goederen aanvankelijk voor zichzelf op, maar nadat Johan August met een bestorming dreigt zwicht de vesting voor de Zweedse druk. (4)

Carl Fredrik maakt zich los van het garnizoen van Riga, om met 100 musketiers op 7 september 1701 het commando over de vesting Sehlburg (Sēlpils) langs de Duna op zich te nemen. Enkele honderden mannen verzamelen zich daar onder zijn bevel.

Koning Karel XII wekt de indruk zich militair verder in de richting van Pskov te gaan bewegen en daarnaast met diplomatieke middelen de Polen er toe te kunnen overhalen Augustus als koning af te zweren. Nu is hij degene die zijn winterkwartieren in Koerland gaat vestigen, van waaruit hij zich wel in gevechten in Samogitia (Zemaitija) mengt. Daar is de  tot burgeroorlog uitgegroeide particuliere twist opgelaaid tussen de door Sak­sen gesteunde familie Oginski en de door Zweden gesteunde familie Sapieha.

Na zijn eerste directe mondelinge order van de koning begin juni. is het – vanwege zijn fysieke afstand – op 9 september tijd voor de eerste brief van Karel XII aan Johan August. Hij krijgt op 9 september 1701 zijn eerste brief van Karel XII. De opdracht luidt langs de Oostzeekust zuidwaarts te trekken, teneinde de nog ongeschonden bezittingen van de Sapieha’s bij Polangen (Palanga) en de Pruisische stad Memel (Klaipeda) te beschermen. Bovendien moet hij de houding van deze steden peilen en proviand buitmaken. (5) Met zijn 200 of inmiddels 400 ruiters volvoert hij deze opdracht niet alleen, maar weet ook inlichtingen in te winnen over Saksische troepen bij de havenstad Dantzig (Gdansk) en over aanvalsmogelijkheden op Oost-Pruisische steden, waarin zich achtergelaten Saksi­sche artillerie bevindt. (6)

Ook Carl Fredrik voert een missie op afstand uit. Op 3 oktober rukt hij verder op langs de Duna en penetreert diep in Pools grondgebied. Na een mars van 3 dagen komt hij bij de Egglonpas (in de zijrivier Eglaine), waar hij wordt opgewacht door Poolse edellieden met inderhaast opgetrommelde knechten en boeren. Nadat hij hen het doel van zijn onderneming uitlegt, trekken zij zich terug. Carl Fredrik arriveert de 18de bij de vesting Dunaburg (Daugavpils), die in 1700 door Augustus was veroverd. Nu zouden zich daar 6000 Russen hebben verzameld. Hij treft de stad onbeschermd aan en legt beslag op proviand en wapens, die de Moskovieten en Saksen in hun vlucht hebben achtergelaten. (7)

 

1. C.G. Rehnskiold, “Anteckningar och dagböcker”, Karolinska Krigares Dagböcker deel 9, Lund 1913, pag. 3. G. Adlerfelt, “Karl XII:s Krigsföretag 1700-1706”, Stockholm 1919, pag. 67.
2. M. Ranft, “Die Merkwürdige Lebensgeschichte derer vier berümten Schwedischen Feldmarschalle, Grafen Rehnschild, Steenbock, Meyerfeld und Dücker”, Leipzig 1753, pag. 257 en 280.
3. Rehnskiold, pag. 6.
4. H.E. Uddgren, “Fälttågen 1701-1706”, in S.E. Bring, “Karl XII”, Stockholm 1918, pag. 225. Chr. Kelch, “Liefländische Historia 2, Continuation 1690-1707”, 1875, pag. 228.

5. E. Carlson, Koning Karl XII:s egenhändiga bref”, Stockholm 1893, pag. 337 e.v. G. Jonasson, “Karl XII:s Baltiska militärpolitik under år 1701”, Scandia, Tidskrift för Historisk Forsning, 2008, pag. 272.

6. F.G. Bengtsson, “‘The life of Charles XII, King of Sweden”, London 1960, pag. 124-125. I. Le Long, “Het leven van den heldhaften Carel den XII, Koning der Swe­den, deel 2, pag. 204.
7. N. Posse“Journal”, Karolinska Krigares Dagböcker deel 10, Lund 1914, pag. 430 e.v.