1.10.4. Diverse Meijers

De Zweedse koning wil met de naam Meijerfeldt onderscheid maken met andere families Meijer in zijn rijk. Met welke precies? Voor het verdere onderzoek is het wel zo handig dat te weten. Het Zweedse rijk omvat meer dan het nu bekende grondgebied; ook Pommeren-Wismar-Bremen/Verden, Finland, Estland en Letland behoren er toe. Gelukkig gaat het alleen om adellijke naamgenoten, want met deze naam zouden anders duizenden personen de revue moeten passeren.

Von Meijer(crantz)

Valentin Meijer (1601-1675) wordt op 7 augustus 1746 in de Zweedse adelstand verheven met de naam Von Meijer. Dat is bijna 30 jaar eerder dan Anders Meijer. Hij is in Zweedse militaire dienst getreden en opgeklommen tot kolonel over een Duits regiment. Twee jaar vóór Anders komt hij naar Riga om daar commandant van de stad te worden. In 1660 is hij generaal-majoor in de Slag bij Mittau tegen Schülenburg. Zijn ouders zijn Eberhard (1572-1643), goudsmid in Riga en Anna Moller, dochter van goudsmid Valentin Moller. Zijn grootvader Barthold Meijer (-1590) is in 1558 burgemeester van Riga.

Een hieraan verwant geslacht Von Meijer uit het huis Duhrenhof (Dūres) is in 1788 in de adelstand van het Duitse Rijk verheven.

Vergelijking van de wapens van Meijerfelt, Von Meijer en de Duhrendorfse Meijer levert één overeenkomst op:  de sikkel. Bij Meijerfeldt gaat het om één sikkel met gewapende arm, bij Von Meijer om twee rechtopstaande sikkels en bij Duhrendorf om één rechtopstaande sikkel.

image023 meijer wapen 1646
Meijerfelt 1674 Von Meijer 1646
Von Meijer 1788 Meijercrantz 1688

Meijerfeldt en Von Meijer blijken verwant. Zij trouwen ieder met dochters van de broers en muntmeesters Mårten en Henric Wulff. Zoals bekend huwt Meijerfelt met Catharina Mårtendotter Wulff en Valentin met Anna, dochter van Henric Wulff geadeld Wulffenskiöld, weduwe van Peter Heltscher geadeld Rosenbom.

De broer van Valentin von Meijer, Bartolomäus, is van 1649 tot zijn overlijden in 1656 predikant in het Lijflandse Wenden. Eén van diens zonen is Berthold Meijer (1659-1710), in 1688 geadeld met de naam von Meijercrantz, in Zweden niet geïntroduceerd. Deze gebruikt daar het wapen van zijn oom Valentin, maar in Lijfland een nieuw wapen met een sikkel in het bovenvlak en nog één gedraaid in het ondervlak van de plaat. Ook hier wordt een verbinding met Meijerfeldt gelegd, naar moet worden aangenomen  eveneens omdat Valentin in de familie Wulff was getrouwd. (1)

Von Meijerhelm

Evert Johan Meijer (1657-1732) wordt op 25 januari 1689 in de Zweedse adelstand verheven met de naam Von Meijerhelm. Voor deze Meijer geldt de wens tot onderscheid tussen adellijke families net als 15 jaar eerder voor Meijerfeldt. De vader van Evert Johan was Johan Meijer, in 1626 in het Duitse graafschap Oldenburg geboren als zoon van een overste. Na zijn overkomst naar Lijfland werkt hij zich op tot ritmeester in dienst van de Zweedse koning Karel X. In 1656 doet hij mee aan een uitval uit Riga naar de Russische omsingeling en raakt zwaar gewond. De Russen vertrekken op 3 oktober. Voor de jaarwisseling is zijn vrouw zwanger, maar overlijdt Johan. Evert Johan komt op 30 oktober 1657 in Riga daarom vaderloos ter wereld. Ook hij treedt in Zweedse militaire dienst en wordt 15 jaar na Meijerfelt geadeld. Het voorvoegsel von wordt toegevoegd vanwege de Duitse geboorte en wellicht Oldenburgse adel van zijn vader. In zijn wapen staan – het laat zich raden – twee 

Meijerhelm 1689

Schild vertikaal gedeeld, rechts op blauw drie rode leeuwenhoofden, links op goud een kleine groene akker. Op het schild een open toernooihelm, de dekens en het lofwerk blauw, goud en rood. Op de helm een rood leeuwenhoofd tussen twee vleugels, half goud, half blauw.

Meijer von Gyllenfelt 1652

Meijer von Gyllenfelt

Henrik Meijer (1590-1645), gehuwd met Anna Herbers, is koopman en raadsheer in Riga. In de jaren 1631 en 1635 is hij de Zweedse handelsvertegenwoordiger in Riga. Zijn zoon Axel Johann Meijer (1626-1665)   studeert in 1646 in Uppsala en in 1647 in Straatsburg. Hij maakt in 1650 een reis naar Italië en vervolgens Stockholm, waar hij vanwege de verdiensten van zijn vader samen met zijn broer Konrad op 2 juni 1652 in de Zweedse adelstand verheven met de toevoeging von Gyllenfelt. In Riga wordt de naam verduitst tot Meyer von Güldenfeld. Hij wordt niet geïntroduceerd in het Ridderhuis. Daarna reist hij terug naar Riga, huwt met Catharina von Ulenbrock en wordt 8 december 1652 secretaris van het Landgericht en de Munsterei.  In 1658 wordt hij met burgemeester Fuchs naar Stockholm gezonden. Het jaar daarop is hij Munsterherr en Assessor bij het Gerechtshof van de Burggraaf in Riga. Zijn zusters Anna en Clara  dragen de adelijke naam ook, zoals blijkt uit hun huwelijken met stadsbestuurders en ook Zweeds geadelden Franz Dreiling respectievelijk  Johann Zimmermann. Ook de echtgenoot van Axel’s dochter Katharina, Gustav Gotthard, wordt in de Zweedse adelstand verheven, met de naam von Helmersen.

Meyer uit Belgard

Uit het Pommerse Belgard komt een andere verklaring. (2)

Friedrich Meyer 1642 – 1686, ein Belgarder. Sein Vater war der Senator und Kämmerer Andreas Meyer, sein Großvater der unter 4. genannte Jakob Meyer. Er starb im Alter von 84 Jahren. Sein Bruder war in Schweden geadelt worden und von ihm stammen die Grafen von Meyerfeld ab.

Uit deze bron ontstaat de volgende reeks:
Jakob MEYER, 1556-1606 diaken en 1606-1608 pastor Marien Kirche Belgard, zoon:
1. Andreas, 1570 Stadtkämmerer (wethouder) Belgard, 1597 Senator Belgard, overleden vóór 1645 als weduwe  in tweede kwartier Belgard woont, twee zoons:
11? Jakob, 1627-1631 diaken buurgemeente Schivelbein.
12. Friedrich, † 84 jaar oud, 1642–1686 pastor Marien Kirche van Belgard, tijdens zijn pastorschap grote kerkbrand in 1667.
13. (Andreas), eerste van het Zweedse geslacht.

Marien oder Pfarr Kirche
Marien oder Pfarr Kirche

Belgard (Białogard) ligt dicht bij de Oostzee. De stad ligt ten oosten van Stettin in Achter-Pommeren. Van 1181 tot 1637 vormen Voor- en Achter-Pommeren één hertogdom dat een rode griffioen in een wit veld als wapen voert (het hertogdom Lijfland voert ook een griffioen, maar dan een witte in een rood veld). In de stadswapens van Belgard en Stralsund is deze terug te vinden. Ook in latere familiewapens van de Meijerfeldts staat de rode griffioen. De Vrede van Westfalen van 1648 brengt Voor-Pommeren in Zweedse handen en Achter-Pommeren in die van Brandenburg. De inwoners van Voor-Pommeren zijn hierdoor tegelijk Pommers, Zweeds en Duits (Heilige Roomse Rijk), die van Achter-Pommeren zijn Pommers, Brandenburgs en Duits. Tijdens de Zweeds-Poolse Oorlog (1655-1660) kiest Brandenburg aanvankelijk de Zweedse zijde en zo is het mogelijk dat Andreas Meijer in die tijd in Zweedse dienst treedt, maar hij moet al eerder in dienst van de Zweedse gouverneur-generaal Carl Gustaf Wrangel hebben gestaan omdat hij zijn halfbroers naar de universiteit mag begeleiden. De Zweedse Meijerfeldts hebben zelf Brandenburg genoemd als gebied van oorsprong van de familie, wat met Belgard overeen kan stemmen. (3)

De duizenden Meijers in de Baltische gebieden die niet tot de Zweedse adel behoren worden ook niet aan het Zweedse geslacht verbonden en behoeven geen behandeling. Vermeldenswaard is dat de erfboeken van Riga in 1377 de zin voorkomt “a Johanne Meyen filio Henrici Meyen”. (4)

 

 

1. G. Bergmann, “Geschichte von Livland”,  Leipzig 1776. pag. 185. A.W. Hupel: (1) “Der  Nordischen Miscellaneen”, deel 3, Riga 1781, pag. 103-104. (2) “Herrn J.B. Fischer’s Beyträge und Berichtigungen zu Hernn F.K. Gadebusch livländischer Bibliothek”, deel 4, Riga 1782, pag. 103-104. (3) ”Topographische Nachrichten von Lief- und Ehstland”, deel 3, Riga 1782, pag. 251. J.F. von Bohlen, “Die Erwerbung Pommern durch die Hohenzollern”, Berlin 1865,, pag. 59 J.C. Brotze, “Sammlung verschiedner Liefländischer Monumente”, Riga 1671, deel 1:2, pag. 179.
2. D. Schimmelpfennig, “Die Pastoren Belgards seit der Reformation”, uit tijdschrift “Aus dem Lande Belgard”, 9.1924, pag. 46.
3. W. Buchholz, lemma “Meyerfeldt (Meyerfeld, Meijerfeldt), Johan August”, in Neue Deutsche Biopraphie, deel 17, Berlijn 1994, pag. 390, noemt ook Brandenburg, zonder bronvermelding.
4. L. Feyerabend, “Die Rigaer und Revaler Familienamen im 14. und 15. Jahrhun­dert”, Köln/Wien 1985, Quellen und Studien zur baltische Geschichte, deel 7, pag. 164 en 258.1.