1.2.1. In vreemde krijgsdienst

Omdat het koninkrijk Zweden in de periode 1680-1700 niet in oorlog is met een van zijn buurlanden, nemen de jonge Zweedse officieren deel aan de gewoonte om in vreemde krijgsdienst te treden, met het doel oorlogservaring op te doen. Er is eigenlijk maar één interessant krijgstoneel: de Zuidelijke Nederlanden. De Franse koning Lodewijk XIV denkt zijn status als Zonnekoning met buitenlandse successen in noordelijke richting glans te kunnen geven. Daar krijgt hij tegenstand te duchten van een van de grootste Europese veldheren van die tijd, de Nederlandse stadhouder prins Willem III (later koning van Engeland).

Zoals gezegd is Zweden in deze strijd geen direct betrokken partij, maar voert aanvankelijk wel een politiek ten gunste van Frankrijk. Carl Fredrik komt zodoende aan Franse zijde terecht. In 1682 neemt hij vrijwillig dienst bij het regiment van Königsmarck. (1) In oktober 1683 vallen de Fransen onder d’Humières in het Land van Aalst Vlaanderen binnen om er grootschalig brandschattingen te volvoeren. Met de Franse verovering van Luxemburg in de zomer van 1684 eindigen de actieve gevechtshandelingen voorlopig. Als luitenant keert Carl Fredrik vlak na de jaarwisseling bij zijn oude regiment terug.

Kort daarvoor is er een ommezwaai in de Zweedse politiek opgetreden. Doordat de Duitse keizer druk is met het Turkse beleg van Wenen heeft Lodewijk XIV in het noorden de handen vrij, aanvankelijk om Luxemburg van de Zuidelijke Nederlanden af te nemen, maar nu ook om steun te geven aan het Deense streven om invloed te winnen in de Oostzee. Zweden beschouwt deze zee min of meer als zijn binnenzee. Het alternatief voor Zweden is toetreding tot de Augsburgse alliantie, waarin ondermeer Spanje, de Duitse keizer, Saksen, enkele Duitse vorstendommen en later Engeland en de Nederlanden zijn vertegenwoordigd. Deze protestantse coalitie is ook een gevolg van de herroeping van het Edict van Nantes en de vervolging van de Hugenoten.

In 1687 ontbranden de vijandelijkheden opnieuw. De Negenjarige Oorlog, ook wel genoemd de Eerste of Grote Coalitie Oorlog (1688-1697), is een feit. Voor Willem III behoren hiertoe ook zijn invasie en koningschap in Engeland (Glorious Revolution) en overzeese strijd in New England (King William’s War).
Opnieuw raakt Zweden niet actief bij de strijd betrokken. Nadat Nederland in 1693 een verdrag sluit tot teruggave van of schadevergoeding voor gekaapte Zweedse koopvaarders op Frankrijk, levert Zweden alsnog 6.000 man aan de geallieerden in de Nederlanden. Daarmee ligt voor Johan August de weg vrij om over te stappen. Hij wordt kapitein in het regiment infanterie van kolonel Edvard Hastfehr, zoon van de Lijflandse gouverneur-generaal. Diens zuster Anna Christina Hastfehr (1681-1762) trouwt enige jaren later met Carl Fredrik Meijerfeldt.

Johan August treedt in Nederlandse dienst en behoort zodoende tot de legers die Carl Fredrik 10 jaar eerder bestreed. Van zijn krijgsverrichtingen is overigens evenmin iets bekend, mede omdat er sprake is van een positionele oorlogvoering: belegering en verdediging van steden en linies. Brussel verliest door een Frans bombardement een groot deel van zijn historische binnenstad. Koning Willem III komt vanuit Engeland enkele maanden per jaar over voor deze strijd. In 1693 wordt het Franse hoofdkwartier Huy terugveroverd, een jaar later Diksmuide en weer een jaar later de sterke vesting Namen dankzij de beroemde vestingbouwer Coehoorn. Daarbij wordt Edvard Hastfehr nog voor de moordende bestorming overigens fataal door een kanonskogel getroffen.

De compagnie van Johan August Meijerfeldt wordt op 16 september 1694 samen met vijf andere Zweedse compagnieën door de Staten van Zeeland overgenomen. (2) Onder leiding van de Zweedse koning – die enerzijds nog Franse sympathieën heeft maar anderzijds als Rijksvorst soldaten aan de geallieerden hoort te leveren – worden moeizame vredesonderhandelingen in 1697 beklonken in de Vrede van Rijswijk, die Frankrijk weliswaar terugvoert naar de oorspronkelijke grenzen, maar wel de kiem legt voor tweespalt tussen de katholieke en protestante landen binnen het bondgenootschap.

Het regiment van kolonel Ernst Detlof Krassow, waarin Johan August begin 1698 als majoor is gaan dienstdoen, wordt ten gevolge van de vrede afgedankt. Hij reist daarom af naar Stockholm. De Zweedse officieren krijgen bij terugkomst geen bevordering omdat zij in dienst van de Republiek waren, hoewel het gebruik van de Republiek om het geweer te behouden ook niet wordt nageleefd.

 

1. Carl Johan Königsmarck is de 23-jarige zoon van één van de belangrijkste Zweedse generaals in de Dertigjarige Oorlog en de broer van de later te behandelen Aurora. Hij was twee jaar eerder aanvoerder het 3de Duitse regiment geworden. Na talrijke turbulente affaires zal hij vier jaar later aan nekkramp overlijden.
2. Zeeuws Archief, Archief Staten van Zeeland, inventarisnummer 1671 Registers van commissiën en instructiën 1578-1809, folio 143. Zijn voornaam luidt jan en joan, zijn achternaam meijerfelt en meyerfelt. Vaak is dit een administratieve truc van de plaatselijke commandant om soldij van de Staten uitbetaald te krijgen, dus het twijfelachtig of hij werkelijk in Zeeuwse dienst heeft gestaan.