1.2.7. Carl Fredrik, in Franse dienst

De oudste zoon van Anders Meijer en Catharina Wulff is geboren in 1662 in Oberpahlen (Põltsamaa). Op  24 november 1674 wordt zijn vader in de Zweedse adelstand verheven, waardoor hij ook van adel is en de naam Meijerfeldt gaat dragen. In 1680, op 18-jarige leeftijd dus, treedt hij als vaandrig toe tot het regiment van de Gouverneur van Riga. (1) Hij wil oorlogservaring opdoen. Omdat het koninkrijk Zweden tussen 1680 en 1700 niet met één van zijn buurlanden in oorlog is, kijkt hij – net als andere jonge Zweedse officieren – naar het buitenland. 

In Europa zijn twee interessante krijgstonelen: de Zuidelijke Nederlanden en Oostenrijk-Hongarije. Zweden voert op dat moment een politiek ten gunste van Frankrijk, waardoor Carl Fredrik de Franse zijde aan het eerstgenoemde front kiest. De Franse koning Lodewijk XIV is op zoek naar gebiedsuitbreiding c.q. een veilige grensbuffer achter natuurlijke grenzen. Hij heeft maar liefst vijf grote, goed getrainde legers tot zijn beschikking. Jaren achtereen lijft hij steden in bij het Franse rijk onder het voorwendsel van réunion. Nadat hij Straatsburg uit de invloedssfeer van het Duitse Rijk heeft gehaald, richt hij zijn aandacht op Luxemburg dat toebehoort aan de Spaanse Habsburgers. Zijn belegering van de stad leidt tot de Frans-Spaanse Oorlog (ook wel genoemd het Conflict van 1683-1684, de Luxemburgse Oorlog of de derde oorlog van Lodewijk XIV).

In 1682 verlaat Carl Fredrik zijn regiment en neemt vrijwillig dienst bij het regiment van Carl Johan Königsmarck, de 23-jarige zoon van één van de belangrijkste Zweedse generaals in de Dertigjarige Oorlog. Zijn zus Aurora zal 24 jaar later op de bruiloft van broer Johan August Meijerfeldt geen genode gast zijn. Hij was twee jaar eerder aanvoerder het 3de Duitse regiment geworden. Na talrijke turbulente affaires zal hij vier jaar later aan nekkramp overlijden.

In oktober 1683 vallen de Fransen onder d’Humières in het Land van Aalst Vlaanderen binnen om er grootschalig brandschattingen te volvoeren; 20 dorpen worden platgebrand. Spanje krijgt geen steun van andere landen en voert zelf zwak verweer. Met de Franse verovering van Luxemburg in de zomer van 1684 eindigen de actieve gevechtshandelingen voorlopig.

Op 10 januari 1685 wordt Carl Fredrik luitenant, opnieuw in het gouverneursregiment. Op 28 juni 1687 volgt zijn benoeming tot kapitein in het Österbotten regiment. Dit regiment is belast met de verdediging van de Zweedse bezittingen aan de Baltische kust tegen vijandige Moskovieten, Polen en Saksen. Zijn verdere leven blijft hij in dit regi­ment dienst doen. 

In 1690 behandelt Hastfer, inmiddels gepromoveerd tot gouverneur-generaal van Lijfland, twee klachten waarbij Carl Fredrik een rol speelt. Op 20 mei is hij gedaagde in een schuldvordering van Johan Preutz en op 12 december is hij eiser inzake het uitblijven van soldij tijdens zijn Frankrijkreis. (2)

Op 7 april 1692 worden in Riga weduwe Wulf en kapitein Meijerfeldt vermeld. Hieraan verbinden sommigen haar overlijden, maar dat staat er niet expliciet. De rang kapitein duidt op zoon Carl Fredrik. (3) 

Zomer 1693 maakt Carl Fredrik deel uit van een delegatie van de gouverneur-generaal naar de stad Dorpat (Tartu). Hastfer overlijdt in 1695. Later treedt Carl Fredrik boven zijn stand in het huwelijk met diens dochter Anna Christina. Zij is 19 jaar jonger.

 

1. G. Elgenstierna, “Den introducerade Svenska adels ättertvlor”, Stockholm 1930, deel 5, pag. 226=227. Het gouverneursregiment is pas in 1690 opgericht. Wellicht is bedoeld het garnizoensregiment, dat toen wel al bestond.
2. Supplik des Johan Preutz contra den Kapitän Meyerfeldt wegen einer Schuldforderung, Nationaal Archief Esland, EAA.278.1.XVII-27b, Pag. 182/r, Nr. 119. Supplik des Offiziers Carl Meyerfelt in Sachen seines wegen einer Reise noch ausstehenden Lohnesresp,  Nationaal Archief Esland, EAA.278.1.XVII-27b, pag. 31-32r, nr. 18.
3.  M. Kohlhaas, “Nachkommen von Hermann Marquard”, Norddeutsche Genealogien, pag. 3.