1.3.1. In buitenlandse dienst

Carl Fredrik Meijerfeldt wil na zijn opleiding oorlogservaring opdoen. Het koninkrijk Zweden is in de periode 1680-1700 echter niet in oorlog is met een van zijn buurlanden. Daarom treedt hij net als andere jonge Zweedse officieren in vreemde krijgsdienst. In Europa zijn twee interessante krijgstonelen: de Zuidelijke Nederlanden en Oostenrijk-Hongarije. Zweden voert op dat moment een politiek ten gunste van Frankrijk, waardoor Carl Fredrik de Franse zijde aan het eerstgenoemde front kiest.

De Franse koning Lodewijk XIV is op zoek naar gebiedsuitbreiding c.q. een veilige grensbuffer achter natuurlijke grenzen. Hij heeft maar liefst vijf grote, goed getrainde legers tot zijn beschikking. Jaren achtereen lijft hij steden in bij het Franse rijk onder het voorwendsel van réunion. Nadat hij Straatsburg uit de invloedssfeer van het Duitse Rijk heeft gehaald, richt hij zijn aandacht op Luxemburg dat toebehoort aan de Spaanse Habsburgers. Zijn belegering van de stad leidt tot de Frans-Spaanse Oorlog (ook wel het Conflict van 1683-1684, de Luxemburgse Oorlog of de derde oorlog van Lodewijk XIV genoemd).

Carl Fredrik neemt in 1682 vrijwillig dienst bij het regiment van Königsmarck. Carl Johan Königsmarck is de 23-jarige zoon van één van de belangrijkste Zweedse generaals in de Dertigjarige Oorlog en de broer van Aurora, die 24 jaar later op de bruiloft van Johan August geen genode gast is. Hij was twee jaar eerder aanvoerder het 3de Duitse regiment geworden. Na talrijke turbulente affaires zal hij vier jaar later aan nekkramp overlijden.

In oktober 1683 vallen de Fransen onder d’Humières in het Land van Aalst Vlaanderen binnen om er grootschalig brandschattingen te volvoeren; 20 dorpen worden platgebrand. Spanje krijgt geen steun van andere landen en voert zelf zwak verweer. Met de Franse verovering van Luxemburg in de zomer van 1684 eindigen de actieve gevechtshandelingen voorlopig. Als luitenant keert Carl Fredrik vlak na de jaarwisseling bij zijn oude regiment terug. Twee jaar later, in 1687,  wordt hij kapitein in het Österbotten regiment. Dit regiment is belast met de verdediging van de Zweedse bezittingen aan de Baltische kust tegen vijandige Moskovieten, Polen en Saksen. Zijn verdere leven blijft hij in dit regi­ment dienst doen.

Op 12 december 1690 dient een klacht van Carl Fredik voor de Zweedse gouverneur-generaal in Lijfland over het uitblijven van soldij tijdens zijn Frankrijkreis. (1)

Begin jaren negentig zijn de drie broers Meijerfeldt in Lijfland. Zij zijn officier in het Zweedse leger: Carl Fredrik is kapitein, Johan August luitenant en Wolmar Johan kornet (vaandrig).  Moeder Catharina Wulf zou op 7 april 1692 in Riga zijn overleden. (2)

In 1693, geruime tijd na zijn broer, ziet ook Johan August kans in buitenlandse dienst te treden. Zweden levert 6.000 man aan de Nederlandse Republiek. De Zweedse ommezwaai is het gevolg van steun van Lodewijk XIV aan het Deense streven om invloed te winnen in de Oostzee. Zweden beschouwt deze zee sinds de afwezigheid van de Nederlandse vloot min of meer als zijn binnenzee. Toetreden tot de Augsburgse alliantie van Spanje, de Duitse keizer, Saksen, enkele Duitse vorstendommen en later Engeland en de Nederlanden is het alternatief. Deze protestantse coalitie is ook een gevolg van de herroeping van het Edict van Nantes en de vervolging van de Hugenoten.

De Negenjarige Oorlog, ook wel genoemd de Eerste of Grote Coalitie Oorlog woedt tussen 1688 en 1697. Voor de Nederlandse prins Willem III behoren hiertoe ook zijn invasie en koningschap in Engeland (Glorious Revolution) en overzeese strijd in New England (King William’s War). Zweden raakt aanvankelijk niet actief bij de strijd betrokken, maar nadat de Nederlandse Republiek in 1693 een verdrag sluit tot teruggave van of schadevergoeding voor gekaapte Zweedse koopvaarders op Frankrijk verandert dat.

Johan August komt tot de legers te behoren die zijn broer Carl Fredrik 10 jaar eerder bestreed. Hij treedt in dienst van het regiment infanterie van kolonel Edvard Hastfer, zoon van de Lijflandse gouverneur-generaal Jacob Johan Hastfer. Hun zuster respectievelijk dochter Anna Christina Hastfer (1681-1762) trouwt enige jaren later met de 19 jaar oudere Carl Fredrik Meijerfeldt.

Van de krijgsverrichtingen van Johan August is weinig bekend, mede omdat er sprake is van een positionele oorlogvoering: belegering en verdediging van steden en linies. Brussel verliest door een Frans bombardement een groot deel van zijn historische binnenstad. Koning Willem komt vanuit Engeland enkele maanden per jaar over voor deze strijd. In 1693 wordt het Franse hoofdkwartier Huy heroverd, een jaar later Diksmuide en weer een jaar later de sterke vesting Namen, dankzij de beroemde vestingbouwer Coehoorn. Daarbij wordt Edvard Hastfer nog vóór de moordende bestorming fataal door een kanonskogel getroffen. Johan August wordt in 1693 bevorderd van luitenant tot kapitein.

De compagnie van Johan August Meijerfeldt wordt op 16 september 1694 samen met vijf andere Zweedse compagnieën door de Staten van Zeeland overgenomen (3). Zijn voornaam luidt jan en joan, zijn achternaam meijerfelt en meyerfelt. Vaak is dit een administratieve truc van de plaatselijke commandant om soldij van de Staten uitbetaald te krijgen, maar vanwege de laatste alinea van deze paragraaf is het vrij zeker dat hij werkelijk in Zeeuwse dienst heeft gestaan. Onder leiding van de Zweedse koning – die enerzijds nog Franse sympathieën heeft maar anderzijds soldaten aan de geallieerden hoort te leveren – worden moeizame vredesonderhandelingen in 1697 beklonken in de Vrede van Rijswijk, die Frankrijk weliswaar terugvoert naar de oorspronkelijke grenzen, maar wel de kiem legt voor tweespalt tussen de katholieke en protestante landen binnen het bondgenootschap.

Het regiment van kolonel Ernst Detlof Krassow, waarin Johan August begin 1698 als majoor is gaan dienstdoen, wordt ten gevolge van de vrede afgedankt. Hij reist daarom af naar Stockholm. De Zweedse officieren krijgen bij terugkomst een bevordering, maar niet als zij in dienst van de Republiek waren. Johan August loopt daardoor een bevordering mis, tenzij zijn snelle opvolging van  luitenant tot kapitein tot majoor als zodanig betiteld moet worden. Het gebruik van de Republiek om het geweer te behouden wordt overigens evenmin nageleefd.

Thuis in Lijfland is broer Wolmar Johan inmiddels bevorderd van kornet tot luitenant. Hij heeft in 1694-1695 een dispuut met kornet Hermann von Lipsdorf betreffende het plegen van agressie en diefstal door eigenhandig wegnemen van 75 wagenladingen halfrijpe rogge van boer Malsup Rein uit het naburige Laitzen. (4).

 

1. Supplik des Offiziers Carl Meyerfelt in Sachen seines wegen einer Reise noch ausstehenden Lohnes, Nationaal Archief Estland (EAA.278.1.XVII-27b, Pag. 31-32r, Nr. 18).
2. Kohlhaas, pag. 3.
3. Zeeuws Archief, Archief Staten van Zeeland, inventarisnummer 1671 Registers van commissiën en instructiën 1578-1809, folio 143.
4. Nationaal Archief Estland, EAA.914.1.616, Pag. 33.