1.3.1. In Franse dienst

In 1680 treedt de oudste zoon Carl Fredrik op 18-jarige leeftijd als vaandrig (kornet) toe tot het regiment van de Gouverneur van Riga. (1) Omdat hij  oorlogservaring wil opdoen en het koninkrijk Zweden in die tijd niet met één van zijn buurlanden in oorlog is, kijkt hij naar het buitenland. 

In Europa zijn twee interessante krijgstonelen: de Zuidelijke Nederlanden en Oostenrijk-Hongarije. Zweden voert op dat moment een politiek ten gunste van Frankrijk, waardoor Carl Fredrik die zijde kiest. Koning Lodewijk XIV is op zoek naar gebiedsuitbreiding c.q. een veilige grensbuffer achter natuurlijke grenzen. Hij heeft maar liefst vijf grote, goed getrainde legers tot zijn beschikking. Jaren achtereen lijft hij steden in bij het Franse rijk onder het voorwendsel van réunion.

In 1682 verlaat Carl Fredrik zijn regiment en neemt net als veel Zweedse officieren vrijwillig dienst bij het regiment van Carl Johan (ook wel: Hans Karl) Königsmarck. Hij is de 23-jarige zoon van één van de belangrijkste Zweedse generaals in de Dertigjarige Oorlog. Zijn zus Aurora zal 24 jaar later op de bruiloft van Johan August ophef veroorzaken. In Engeland was hij vrijgesproken van opdrachtgeverschap tot de moord op de echtgenoot van zijn geliefde. Toch wordt de grond hem te heet onder de voeten. In Parijs ontvangt Lodewijk XIV hem en benoemt hem op 10 augustus 1680 tot kolonel van het nieuwe 3de Duitse infanterie regiment in het Franse leger. Het regiment bestaat uit 16 compagnieën en heeft als standplaats Landau in de Pfalz. De schutspatroon is  Saint-Maurice d’Agaune en het motto “Je tiens” (Ik volhard).

Vaandel van het regiment Königsmarck

Van Johan August wordt gezegd dat hij een goede opvoeding krijgt, maar geen hooggeleerde, omdat hij voorkeur geeft aan een militaire loopbaan. Net als zijn vader en oudere broer treedt hij in Zweedse dienst. In 1683 wordt hij vrijwilliger in het in Estland, Lijfland en Ingermanland geworven Baltische regiment cavalerie onder aanvoering van kolonel baron Johan Andreas von der Pahlen, huurder van het slot van Oberpahlen. (2) 

Nadat Lodewijk XIV de stad Straatsburg uit de invloedssfeer van het Duitse Rijk heeft gehaald richt hij zich op de stad Luxemburg, die toebehoort aan de Spaanse Habsburgers. Zijn belegering van de stad leidt tot de Frans-Spaanse Oorlog (ook genoemd de Luxemburgse Oorlog of de derde oorlog van Lodewijk XIV) van oktober 1683 tot en met augustus 1684.

Het regiment van Carl Fredrik krijgt niet de opdracht  naar de stad of de Zuidelijke Nederlanden te gaan, maar naar het grensgebied Roussillon in Catalonië, dat 25 jaar eerder  als oorlogswinst van Spanje naar Frankrijk was overgegaan. In dat gebied moet de toevoer van Spaanse versterkingen naar het noorden in de kiem worden gesmoord.

In 1684 neemt het regiment deel aan de Catelaanse veldtocht onder veldmaarschalk Bellefond. Als eerste moet de snelstromende rivier de Ter worden overgestoken bij de goed verdedigde Pont Major. Königsmarck gaat zijn mannen voor in het doorwaden van de rivier en verrast de vijand. Het eerste bataljon valt het fort bij Madigan  aan met veel wederzijdse slachtoffers. Op 21 mei volgt de aanval op  Girona, dat veroverd wordt. Daarna volgt de bezetting van het schiereiland Cap de Creus. Ten gevolge van de wapenstilstand van Regensburg trekt het regiment zich terug naar de Languedoc, ten noorden van Roussillon.

De toenemende intoleratie jegens de protestanten, leidende tot de herroeping van het Edict van Nantes een jaar later, brengt Königsmarck er toe nog datzelfde jaar het Franse leger te verlaten. Carl Johan treedt in dienst bij zijn oom Otto Wilhelm. Carl Fredrik verlaat ook de Franse dienst en ook zijn regiment om terug te keren naar zijn vaderland.

Op 10 januari 1685 wordt Carl Fredrik luitenant in zijn oude gouverneursregiment te Riga. Precies een jaar later op 10 januari 1686 wordt Johan August  kornet in zijn regiment Von der Pahlen. Carl Fredrik wordt op 28 juni 1687 kapitein in het Österbotten infanterieregiment. Hij blijft zijn verdere leven  in dit regi­ment dienst doen. Dit regiment is belast met de verdediging van de Zweedse bezittingen aan de Baltische kust tegen vijandige Moskovieten, Polen en Saksen. Chefs zijn Hauenschildt en zijn opvolger Campenhausen. Johan August wordt op 2 februari 1689 tot luitenant in het regiment Von der Pahlen  bevorderd. (3)

Zomer 1693 maakt Carl Fredrik deel uit van een delegatie van de gouverneur-generaal naar de stad Dorpat (Tartu). Hastfer overlijdt in 1695. Later treedt Carl Fredrik boven zijn stand in het huwelijk met diens dochter Anna Christina. Zij is 19 jaar jonger.

 

1. G. Elgen­stierna, “Den introducerade Svenska adels ättertvlor”, Stockholm 1930, deel 5, pag. 226=227. Het gouverneursregiment is pas in 1690 opgericht. Wellicht is bedoeld het garnizoensregiment, dat toen wel al bestond.
2. M. Ranft, “Die Merkwürdigen Lebensgeschichte derer vier berümten Schwedischen Feldmarschalle, Grafen Rehnschild, Steenbock, Meyerfeld und Dücker”, Leipzig 1753, pag. 279-280.
3. G. Elgen­stierna, ibidem. 3. H. Villius, lemma in Svenskt Biografiskt Lexikon, Stockholm 1986, deel 25, pag. 471
4. Supplik des Johan Preutz contra den Kapitän Meyerfeldt wegen einer Schuldforderung, Nationaal Archief Esland, EAA.278.1.XVII-27b, Pag. 182/r, Nr. 119. Supplik des Offiziers Carl Meyerfelt in Sachen seines wegen einer Reise noch ausstehenden Lohnesresp,  Nationaal Archief Esland, EAA.278.1.XVII-27b, pag. 31-32r, nr. 18.
5. H. Gillingstam, lemma in “Svenskt Biografiskt Lexikon”, Stockholm 1986, pag. 470-471.
6.  M. Kohlhaas, “Nachkommen von Hermann Marquard”, Norddeutsche Genealogien, pag. 3.