1.2.4. In Franse dienst

Carl Fredrik Meijerfeldt wil na zijn opleiding oorlogservaring opdoen. Het koninkrijk Zweden is in de periode 1680-1700 echter niet in oorlog is met een van zijn buurlanden. Daarom treedt hij net als andere jonge Zweedse officieren in vreemde krijgsdienst. In Europa zijn twee interessante krijgstonelen: de Zuidelijke Nederlanden en Oostenrijk-Hongarije. Zweden voert op dat moment een politiek ten gunste van Frankrijk, waardoor Carl Fredrik de Franse zijde aan het eerstgenoemde front kiest.

De Franse koning Lodewijk XIV is op zoek naar gebiedsuitbreiding c.q. een veilige grensbuffer achter natuurlijke grenzen. Hij heeft maar liefst vijf grote, goed getrainde legers tot zijn beschikking. Jaren achtereen lijft hij steden in bij het Franse rijk onder het voorwendsel van réunion. Nadat hij Straatsburg uit de invloedssfeer van het Duitse Rijk heeft gehaald, richt hij zijn aandacht op Luxemburg dat toebehoort aan de Spaanse Habsburgers. Zijn belegering van de stad leidt tot de Frans-Spaanse Oorlog (ook wel het Conflict van 1683-1684, de Luxemburgse Oorlog of de derde oorlog van Lodewijk XIV genoemd).

Carl Fredrik neemt in 1682 vrijwillig dienst bij het regiment van Königsmarck. Carl Johan Königsmarck is de 23-jarige zoon van één van de belangrijkste Zweedse generaals in de Dertigjarige Oorlog en de broer van Aurora, die 24 jaar later op de bruiloft van Johan August geen genode gast is. Hij was twee jaar eerder aanvoerder het 3de Duitse regiment geworden. Na talrijke turbulente affaires zal hij vier jaar later aan nekkramp overlijden.

In oktober 1683 vallen de Fransen onder d’Humières in het Land van Aalst Vlaanderen binnen om er grootschalig brandschattingen te volvoeren; 20 dorpen worden platgebrand. Spanje krijgt geen steun van andere landen en voert zelf zwak verweer. Met de Franse verovering van Luxemburg in de zomer van 1684 eindigen de actieve gevechtshandelingen voorlopig. Als luitenant keert Carl Fredrik vlak na de jaarwisseling bij zijn oude regiment terug. Twee jaar later, in 1687,  wordt hij kapitein in het Österbotten regiment. Dit regiment is belast met de verdediging van de Zweedse bezittingen aan de Baltische kust tegen vijandige Moskovieten, Polen en Saksen. Zijn verdere leven blijft hij in dit regi­ment dienst doen.