1.a. Adelstand & Ordes

Het geslacht Meijer behoort tot de Baltische landadel in dienst van de Lijflandse Orde, minimaal vanaf het jaar 1480. Van de toekenning van de adelstand in Duitsland of Lijfland zijn geen gegevens voorhanden. Ook zijn geen documenten bekend over het toekennen van het adellijke landgoed Bubbusch.

Het geslacht Meijerfeldt behoort tot de adellijke families van Zweden. Daar zijn wel documenten over en de belangrijke passeren hier de revue.

Er zijn drie aristocratische brieven:

1.a.1. Adelsbrief

1.a.2. Baronnenbrief

1.a.3. Gravenbrief

Bij de verschillende rangen in de adelstand horen wapenschilden. Deze zijn precies in de brieven beschreven. Onder 1.h. Heraldiek komen die beschrijvingen en de afbeeldingen aan de orde.

Bij de adelstad horen ook landgoederen. Deze worden in die tijd vaak niet via de adelsbrieven verleend, omdat de koning eigenaar blijft en aparte leenbrieven verstrekt tegen een leensom. Het staat de adellijke familie vrij (delen van) het landgoed te verpachten om de leensom te kunnen voldoen. In de bijlage 1.l. Landgoederen worden de leengoederen van het geslacht Meijerfeldt afgelopen.

De onderscheidingen in de ordes die de Zweedse koningen aan de adellijke geslacht Meijerfeldt verleenden worden apart behandeld.