Za. Adelstand

Adelsbrieven van het adellijk geslacht Meijerfeldt uit Zweden

Het geslacht Meijerfeldt behoort tot de Zweedse adellijke families. In deze bijlage passeren de belangrijke documenten daaromtrent de revue.

Het gaat hier niet om een adeldom die voortvloeit uit een eventuele oeradel uit een leenboek van vóór 1350. Evenmin gaat het hier om continuering van een eventuele dienstadel van het voorgeslacht van Meijer. Hier is sprake van briefadel: de  koning ondertekende een brief aan Meijer waarin hij hem in de adelstand verhief vanwege diens bijzondere prestaties voor het Zweedse koninkrijk.

De verleende adeldom is erfelijk. Daardoor worden de  drie zoons Carl Fredrik, Johan August en Wolmar Johan van adel als zij 12, 10 respectievelijk 7 jaar oud zijn. Hun familienaam verandert op dat moment van Meijer in Meijerfeldt. Ook de latere ophogingen van de laatste twee van jonker tot baron en graaf zijn erfelijk, waardoor de kinderen van Johan August als graaf worden geboren.

Er zijn drie brieven:

Jonkerbrief

Baronnenbrief

Gravenbrief

Bij de verschillende rangen in de adelstand horen wapenschilden. Deze zijn precies in de brieven beschreven. In de bijlage Heraldiek komen die beschrijvingen en de afbeeldingen aan de orde.

Bij de adelstad horen ook landgoederen. Deze worden in die tijd niet via de adelsbrieven verleend, omdat de koning eigenaar blijft en aparte leenbrieven verstrekt tegen een leensom. Het staat de adellijke familie vrij (delen van) het landgoed te verpachten om de leensom te kunnen voldoen. In de bijlage Landgoederen worden de leengoederen van het geslacht Meijerfeldt afgelopen.