1.7.4. Horn

Anna Catharina Meij­erfeldt is ten tijde van het huwelijk van haar jongere broer al 22 jaar getrouwd met Adam Arvidsson Horn. Hij is een belangrijk staatsman en net als zijn vader Arvid Horn representant van de Mutsen, die een bondgenootschap met Rusland en daardoor vrede nastreven, in tegenstelling tot de Hoeden die een bondgenootschap met Frankrijk en daardoor oorlog bepleiten.

Het echtpaar voert een grote hofhouding. Zo laten zij de schilder Pasch jr vier schilderijen voorstellende “De vier jaargetijden” maken voor hun buitengoed Fågelvik. Horn heeft talloze minnaressen en natuurlijke kinderen. Anna Catharina Meijerfeldt wordt geleidelijk krankzinnig. Of de twee oorzaak en gevolg van elkaar zijn laat zich raden. 

Zoon Johan Gustaf Horn had inmiddels een carrière in het leger doorlopen: korporaal in 1749, kwartiermeester 1754, kornet 1758 en luitenant 1761. Daarna zou hij snel gaan: majoor in 1770, overste 1774, kolonel 1775, generaal-majoor 1782. Hij zou niet huwen, maar op 24 mei 1782 wel een natuurlijke zoon Gustaf Mattson bij Margareta Jönsdotter verwekken, met Zweeds nageslacht. In 1788 zou hij  afscheid van het leger nemen en met zijn dood tien jaar later de Kanckas tak van het geslacht Horn afsluiten.

Dochter Brita Margareta Horn wordt op 20-jarige leeftijd hofmeisje bij koninginmoeder Lovisa Ulrika. Zij heeft een serieuze liefdesaffaire met de tweede zoon van de koning, prins Karel. Haar latere schoonvader Claes Julius Ekeblad kenschetst haar als melancholiek en neurotisch, wegkwijnend, preuts en snel te beledigen. De jonge geliefden wisselen ringen uit. Vader Horn en de Mutsen in de Rijksdag zijn wel voorstander van een huwelijk, maar het Hof niet. De negatieve houding van de familie Von Fersen is doorslaggevend, omdat hun dochter Ulla en prins Fredrik ook al een huwelijk willen sluiten. Karel en Brita worden ieder op een buitenlandse reis gestuurd.

Brita Horn zoekt daarna vergetelheid bij haar grootmoeder Barnekow in Pommeren, die daar de laatste jaren van haar leven verblijft. Op 17 december 1771 schrijft Adam Horn een brief aan Brita, die op dat moment op Nehringen verblijft. De inhoud van deze brief onthult veel over de familie: (1)

La maladé de Notre Grand Mere me fait de la peine, mais a son age les infirmités sont communes et ont doit ce preparer alors aux evenemens que la Providence ordonne. Je suis bien ai se qu’Elle Vous aye remis Les Diamans de Votre Mere, qui a sa mort auroient pu ce perdre sans qu’on auriot sec ce qu’ils seroit dcvenus, et comme Votre Mere ce trouve dans une situation trop triste et malheuresement pour jamais esperer qu’elle puisse en faire usage je Vous en fait present et je Vous Les donne toutes.

Adam Horn is er bij het schrijven van deze brief blijkbaar nog niet van op de hoogte dat de ziekte van grootmoeder heeft geleid tot haar overlijden op 1 december op Nehringen. Zij is 71 jaar oud. In de St. Andreas Kirche vindt op 9 december de uitvaartdienst plaats. Zij wordt begraven in het familiegraf onder de vloer als laatste van de tweede generatie Meijerfeldts. 

Adam Horn tracht van Anna Catharina Meijerfeldt te scheiden, maar is in die opzet niet geslaagd. (2) Hij concludeert dat het huwelijk hem weinig voordelen bracht, omdat hij naast de ziekte van zijn vrouw geen voordeel had van zijn schoonvader vanwege diens impopulariteit bij de legertop sinds de uitwisseling bij Poltava. Kort hierop overlijdt hij zelf, eind januari 1772, op 55-jarige leeftijd. Veel adellijke families zijn angstig dat zijn correspondentie met alle affaires nu naar buiten gaan komen, maar dat gebeurt niet.

 

1. Riksarkivet Stockholm, Biographica M 8 b.
2.
M.J. Petry in zijn vertaling van Carl von Linné, “Nemesis Divina”, pag. 357.